Een introductie op Stockhausen

Karlheinz Stockhausen componeerde klankwerelden op een schaal en met dimensies die revolutionair en uniek zijn in de muziekgeschiedenis. Hij overtrof Richard Wagners vierdelige operacyclus Der Ring des Nibelungen (1853-1976) ruimschoots met zijn zevendelige cyclus LICHT (1977-2003), één opera voor elke dag van de week. Daarna werkte hij aan zijn nieuwe megacyclus KLANG, gebaseerd op de uren van de dag. Hij voltooide er eenentwintig.

Stockhausen mag dan tien jaar geleden zijn overleden, zijn geest leeft voort als zijn muziek wordt uitgevoerd. Dat zal in 2019 het geval zijn in Amsterdam tijdens drie maal drie dagen met zestien uur hoogtepunten uit LICHT, onder de titel aus LICHT. Het is een omvangrijk project van het Holland Festival, de Nationale Opera, het Koninklijk Conservatorium en de Stockhausen – Stiftung für Musik.

Autonoom en zelfbewust was Stockhausen, hij had zijn eigen zekerheden, relativering was uitgesloten, hij was een man van uitroeptekens. De titels van zijn 376 muziekstukken spelde hij in kapitalen. Zijn muzikale denkwereld was onthecht van de actualiteit, vervuld van tijdloosheid en gericht op de eeuwigheid. Het waren waarden die in de tijd van kunstzinnig en maatschappelijk engagement geen betekenis hadden, maar tegenwoordig passen in de hang naar vrije meditatie en ongebonden spiritualiteit.

Stockhausens muzikale en spirituele aspiraties hebben kosmische allure. Zo verbeeldt hij met zijn deels elektronische en elektroakoestische muziek voor LICHT de constructie en de werking van het zonnestelsel en heelal, het decor voor het gevecht tussen goed en kwaad, tussen God en satan. Het levert magische vergezichten. Ik was in 1984 bij de scènische wereldpremière van SAMSTAG aus LICHT, door de Scala van Milaan in het Sportpaleis bij het San Siro Stadion. De voorstelling en het publiek vulden slechts een deel van het middenterrein binnen de elliptische wielerbaan. De stoelen daaromheen waren afgedekt met wit plastic. Zo waren we te midden van de Melkweg getuige van Luzifers Abschied. Een half jaar later stortte het stadion in toen sneeuw op het dak begon te schuiven. Zelfs Stockhausen had zoiets niet verzonnen. Of wel?

De ideeën van Stockhausen waren alomvattend. Als zijn muziek hier op aarde weerklinkt, zo zei hij tegen mij in een interview, dan vibreert tegelijkertijd het totale universum mee, tot in de verste uithoeken van het heelal, miljarden lichtjaren weg, van oerknal tot apocalyps. Even hemels en transcendentaal eindigt zijn ‘korte’, incomplete, maar niettemin lange biografie op zijn site karlheinzstockhausen.org op 5 december 2007: ‘Stockhausens HEMELVAART, door de HEMELPOORT naar het PARADIJS.’

Net als de 19de eeuwer Wagner, met zijn legendarische Tristan-akkoord en zijn dramaturgische hervorming van het operatheater, was de 20ste eeuwer Stockhausen een pure en radicale avant-gardist, onder publiek èn musici even spraakmakend als omstreden. Hij ontwikkelde met zijn gebruik van elektronica een muzikale taal, die geheel loskwam van de conventies van de wereld van de klassieke muziek.

Zijn zelf ontworpen en geregisseerde voorstellingen gingen terug naar opperste eenvoud, vaak aangezien voor onbeholpen naïviteit. Tijdens zijn Engel-Prozessionen (2002) doorkruisten zeven groepen zingende engelen het Concertgebouw in gekleurde en gouden gewaden, door hogere engelen toegezongen vanaf het balkon. Stockhausen transformeerde de concertzaal tot een hemelse kerk.

Zó eigenzinnig en onafhankelijk stelde Stockhausen zich op, dat hij met geluidscollages en het manipuleren van tapes en ‘psychedelische’ geluidseffecten een cultkunstenaar werd voor jazzmusici, als Miles Davis, Charles Mingus en Herbie Hancock en progressieve pop- en rockmusici, als The Beatles. Stockhausen figureerde op de hoes met beroemdheden van Sgt. Peppers Lonely Hearts Club Band (1967, bovenste rij, vijfde van links) en luisterde graag naar Strawberry Fields For Ever. Hij beïnvloedde onder andere Frank Zappa, David Bowie, Björk, Pink Floyd, The Grateful Dead, Jefferson Airplane en Kraftwerk, waarvan de samples zelfs weer doorwerkten in de vroege hiphop. Maar hij had ook invloed op het late werk van Igor Stravinsky. 

Karlheinz Stockhausen kwam ter wereld in Burg Mödrath, bij Keulen, in het gezin van een katholieke onderwijzer, al zei hij later te zijn geboren op de ster Sirius. Hij bezocht het Conservatorium en de universiteit in Keulen. Hij studeerde in Parijs bij Olivier Messiaen en kwam tijdens de legendarische Ferienkurse in Darmstadt in contact met Karel Goeyvaerts, Bruno Maderna, Luciano Berio en  Pierre Boulez, die hem later ‘grootste levende componist’ noemde. Na  de strenge seriële techniek ontdekte hij via Goeyvaerts de elektronica en ging hij steeds meer experimenteren.

Stockhausen ontwikkelde zich in het bij Keulen gelegen Kürten tot een goeroe in een artistieke commune met zijn musicerende kinderen (zoals de virtuoze trompettist Markus Stockhausen), andere musici en geliefden, zoals bassethoorniste Suzanne Stephens en de Nederlandse fluitiste Kathinka Pasveer. Alles was gericht op het componeren en verspreiden van zijn muziek en zijn ideeën, ook in tal van cursussen. Hij dirigeerde, maar meer en meer zat hij in de concertzaal ‘am Pult’, achter de regeltafel om zijn elektronische muziek te sturen. Stockhausen had tenslotte ook zijn eigen kledingstijl, een driekwartlange jas met de kraag van zijn hemd daar weer overheen. Hij herschiep zichzelf tot een visueel herkenbare iconische kunstenaar.

Zó uitzonderlijk omvangrijk en veeleisend is LICHT in de meer dan 400-jarige operahistorie, dat het nog nooit compleet is uitgevoerd. Aus LICHT is daarom van historische en internationale betekenis, een eerste stap naar een ooit volledige uitvoering van het zevendelige werk. De voormalige Gashouder in het Amsterdamse Westerpark is een ideale locatie, een maquette van de kosmos. Pierre Audi, bij de Nationale Opera en het Holland Festival befaamd om zijn sobere ensceneringen van mythische opera’s, zorgt voor de ‘mise-en-espace’, een term die zelf al duidt op ‘ruimte’. In totaal 386 artiesten en musici werken mee aan dit project, dat met 410 repetities ook een sterk educatief karakter heeft. Het Koninklijk Conservatorium in Den Haag, waar Stockhausen in 1982 een maand gastdocent was, heeft speciaal voor dit project een masteropleiding opgericht. 

Met het Holland Festival had Karlheinz Stockhausen een langdurige relatie. Tussen 1960 en 1996 klonk zijn muziek tijdens 29 producties, waaronder een aantal wereldpremières. In 1969 was er in het Concertgebouw een schandaal rond STIMMUNG. Na een kwartier werd het subtiele klankstuk voor zangers met prevelende, kirrende en klagende geluiden, door een deels jong publiek beëindigd met een daverend applaus. Vergeefs vroeg de componist de tegenstanders de zaal te verlaten, het was een vooral laat-modieuze actie aan het slot van de roerige jaren ’60.

Exceptioneel was in 1995 de wereldpremière bij de Amsterdamse Westergasfabriek van het Helikopter-Streichquartet, dat in 2019 wordt herhaald. Het Arditti String Quartet speelde in vier rondvliegende helikopters, het publiek keek en luisterde via zestien monitoren, Stockhausen was achter de regelpanelen de commentator en reisleider. Het geheel herinnerde aan de film Apocalypse Now (1979) van Francis Ford Coppola, met helikopters tijdens de Vietnamoorlog op de muziek van Wagners Walkürenritt, een strijd tussen goed en kwaad.

In 2008, een half jaar na Stockhausens dood, klonk een indrukwekkend in memoriam-concert van Asko ensemble, Nederlands Kamerkoor en het Radio Filharmonisch Orkest. In LITANEI 97, een versie uit 1997 van een deel uit AUS DEN SIEBEN TAGEN, reciteerde het koor, als monniken in witte pijen rond dirigent James Wood draaiend, een lange tekst van Stockhausen, waarin hij zegt dat niet hij zijn muziek maakt, maar als een medium de golven overdraagt die hij opvangt.

In GLANZ, een kort voor zijn dood voltooid stuk voor KLANG waarmee hij in Amsterdam zijn 80ste verjaardag zou vieren, klonken passages die suggereerden dat de overleden Italiaanse componisten Bruno Maderna en Luciano Berio – eveneens coryfeeën van het Holland Festival - zich vanuit een andere wereld via het medium Stockhausen weer lieten horen. En vanaf het balkon in het Muziekgebouw aan ’t IJ, klonk een hobo als een kwetterende vogel van Olivier Messiaen, de leermeester van Stockhausen. Zo keek hij terug op zijn muzikale leven en was alles weer rond.